Geschiedenis
De geschiedenis van de Oktoberregatta
De Oktoberregatta begon ooit als de beruchte Moordregatta, vernoemd naar de duistere geschiedenis van de regio. In de 18e eeuw trokken de Bockenrijders—een roversbende uit de Brabantse Kempen en het Limburgse platteland—plunderend rond. Volgens de mythe vlogen ze op bokken door de lucht en konden ze zelfs gesloten huizen binnendringen.
Een ooggetuige, Jozef Cops, beschreef hoe hij op een stormachtige dag ruiters door de lucht zag scheren, op weg naar Denemarken. Uiteindelijk zouden de Bockenrijders bij de Postelse abdij zijn tegengehouden door een hemelse kracht en voorgoed zijn verdwenen.
Tijdens het graven van het Wilhelminakanaal in de 20e eeuw werd vlak bij het huidige paviljoen een oud graf ontdekt met de resten van een boerenfamilie. Niet ver daarvandaan vonden arbeiders een man en een bok, bovenop een kist vol goud. Toen de politie arriveerde, waren man, bok en schat spoorloos verdwenen. Buurtbewoners meldden die nacht een vreemd lawaai en een figuur in een rode mantel die door de lucht vloog. Sindsdien gaat het verhaal dat er soms nog iets te zien is, boven het kanaal waar ooit het boerderijtje stond...
De Bockenrijdersbokaal wordt uitgereikt aan de ploeg die absoluut de snelste tijd heeft gevaren over 6500 m.