De één kon niet wachten om in de boot te stappen zodat eindelijk de wekenlange spanning omgezet kon worden in daden, de ander haalde zoveel mogelijk herinneringen op van de vorige editie zodat het wat-gaat-komen een beetje behapbaar leek en de onvermijdelijke spanning iets zou gaan liggen. Weer een ander was zo goed voorbereid dat het toeval daar zelfs geen vat op kon krijgen.
Het Koningskoppel werd van een vriendelijk bootje omgetoverd tot een semi-gevechtsvliegtuig klaar om Friesland te trotseren. Uitgerust met alle techniek om te zorgen dat de piloten, onze 3 stuurtjes, ons zo goed mogelijk de 210 km door konden loodsen.
De 3 volgauto’s vol geladen met een kluwe van tassen en uitgeprinte papiertjes met routes, wisselposten, stempelposten, krachtvoer en een verdwaalde matras want het is belangrijk om te benoemen dat de Elfstedenroeimarathon maar voor de helft gevaren wordt op water. De andere helft vindt plaats in eindeloze planningen, schema’s, boodschappenlijsten, en andere voorbereidingstechnieken (en een dosis flexibiliteit en veerkracht tijdens de race).
Aan de start spatte de spanning in honderdvoud van de kades aan de Prinsentuin het water in. Te midden van die spanning lag een krioelende koortsdroom aan boten klaar om met 15 seconden tussen elke boot te vertrekken voor het bekende rondje Friesland. Na een bijzonder vlechtwerk van de 99 positie zoekende boten lagen we uiteindelijk klaar voor de start, de vijftiende startplaats in het Mixed wedstrijdveld in een mikado van C2x boten in de gracht van Leeuwarden.
Tussen hoop en vrees, want dat is marathonroeien een beetje (in het begin). Uiteindelijk verdwijnt dat beetje in de roes van doen-wat-er-gedaan-moet-worden. Af en toe waaien er stukjes hoop voorbij, dan weer stukjes vrees. Maar doen wat er gedaan moet worden, dat is denk ik de samenvatting van die 4000 halen die ik gemaakt heb. Elke haal was anders maar in alle halen, en in elke haal van het team, elke klap was: Doen wat er gedaan moest worden.
Of het nu eerste halen,
laatste halen,
extra halen,
ik ga het niet halen
of ik ga het wel halen waren.
We hebben gedaan wat we moesten doen en dat zijn hoofdstukken die ik niet alleen kan beschrijven. Daarvoor mag je, als je deze inleiding prikkelend en spannend vond, elk van de Elfstedenroeiers aanspreken om hun verhaal, hun etappes, hun visie op wat we gepresteerd hebben te vertellen. Ik denk dat ze allemaal trots, dankbaar en enthousiast willen vertellen hoe deze kilometers aan hun voorbij zijn gevaren.
Er rest me nog een paar zaken.
Lieve teamgenoten, mede-elfstedelingen, bokkenrijders. Dank jullie wel, dat jullie er waren en ik daar mocht zijn. Dat we de uitdaging met een warm hart gestart zijn en met een nog warmer hart hebben volbracht. Dat alleen en samen naast elkaar heeft kunnen bestaan, zo krachtig, waardoor 210km niet een once-in-a-lifetime-experience voelt, wie weet…
Ik wil graag besluiten met het benoemen van de koppies waar ik eerder over schreef zodat jullie weten wie je om verhalen mag vragen: Iris, Merit, Martijn, Femke, Julian, Robert, Gerrie, Katriene, Joost, Martine, Jeffrey en ik.
Tot slot dit; een flard van een appje dat ik naar Robert-Paul stuurde de ochtend na de tocht: “Wie gaat er nou in de middle of nowhere met een zelf geknutselde stok, aan een in elkaar geknutselde boot, via een zelf geknutseld auto-, roei- en wisselschema 210 km roeien over een water wat ooit bevroren was… “
Wij dus en dan als 8e over de streep komen.
Tim Hobbelman


